28-06-2022

Raadsinstrumenten

Gemeenteraadsleden doen op veel verschillende manieren hun werk. Voor hun werk binnen de Politieke Markt zijn er een aantal vast omschreven instrumenten: de raadsinstrumenten. Een aantal daarvan staan in de gemeentewet beschreven en er zijn er die in ons eigen reglement van orde staan. Hieronder vindt u ze op alfabetische volgorde.

Actualiteitenhalfuur

Als een onderwerp nu meteen belangrijk is, dan kunnen raadsleden ook mondeling een vraag stellen aan de burgemeester en wethouders. Zij geven daarop meestal meteen een antwoord. De raad kan op deze manier meteen duidelijkheid van het college proberen te krijgen over een actueel onderwerp.

Omdat de ambtenaren en de portefeuillehouder wel een antwoord moeten kúnnen geven, moeten raadsleden hun vraag uiterlijk om 12:00 uur op dezelfde dag schriftelijk indienen. Dus, wie 's morgens om 11:55 de vraag aan het college stelt, krijgt diezelfde avond tijdens de Politieke Markt antwoord. Echter... als er meer dan drie vragen vanuit de raad komen, dan is de tijd te kort. Dus in dat geval zal het presidium (=het bestuur van de raad) een afweging maken welke vragen aan bod komen.

Agendavoorstel

Een raadslid kan voorstellen iets op de agenda te zetten. Het presidium neemt hierover een beslissing. In het agendavoorstel van het raadslid moet duidelijk staan wat er van de raad wordt gevraagd in de bespreking. Het voorstel moet 'zelfstandig leesbaar' zijn. Dat betekent in het voorstel zélf voldoende duidelijk is waarover het gaat en er niet in bijlagen naar informatie gezocht hoeft te worden.

Amendement

Een raadslid kan wijzigingen voorstellen op een voorgesteld besluit. Dat heet een amendement. Het raadslid moet een amendement schriftelijk indienen. De raad moet over het amendement een besluit nemen. Wordt het aanvaard door de meerderheid, dan wordt het raadsvoorstel 'gewijzigd' in stemming gebracht.

Bijeenroepen van de raad (extra raadsvergadering)

Het presidium en de burgemeester (als voorzitter van de raad) kunnen raadsvergaderingen bijeenroepen. Maar een raadslid kan vragen om een extra raadsvergadering. Daarvoor moeten nog eens acht andere raadsleden het verzoek mee indienen (in totaal 9 dus). De indieners moeten ook aangeven waarom zij vinden dat de extra vergadering nodig is.

Gesprekstafel

Raadsleden kunnen een verzoek indienen om een gesprekstafel op de agenda te zetten.

Tijdens een gesprekstafel gaan raadsleden, inwoners of organisaties in de stad met elkaar in gesprek om een bepaald onderwerp te bespreken. Een gesprekstafel is niet-politiek. Het gaat puur om het verrijken van de kennis.

Initiatiefvoorstel

De meeste voorstellen om ergens een besluit over te nemen worden ingediend door het college van B&W.
Maar een raadslid kan ook zelf een voorstel indienen bij de raad om ergens over te besluiten. Dan wordt het meestal een initiatiefvoorstel genoemd.

Het raadslid stuurt een compleet raadsvoorstel naar de griffier. Het presidium van de raad beoordeelt het voorstel en zet het op de agenda. In het initiatiefvoorstel moet de indiener (het raadslid)

  • duidelijk omschrijven waar het over gaat en wat er van de raad wordt gevraagd;
  • waarom hij/zij dit voorstel doet;
  • wat de (mogelijke) gevolgen van het besluit van de raad zijn;
  • of en wat mogelijke andere oplossingen zijn.
Interpellatie

De raad heeft het recht om inlichtingen van het college te vragen. Dat heet interpelleren. Het vindt meestal plaats in de vorm van een openbaar gesprek: het interpellatiedebat.

Het gaat dan om een onderwerp dat niet op de agenda van de raadsvergadering staat. Het recht van interpellatie is bedoeld om een heel belangrijk actueel politiek punt aan de orde te stellen bij de burgemeester of de wethouders. En om daar dan met college en raad meer inzicht in te krijgen.

Elk raadslid kan verzoeken om een interpellatie. Maar de raad als geheel bepaalt of de interpellatie wordt toegestaan. Eventueel kan via een motie een uitspraak van de raad worden verkregen. (Een interpellatie gaat dus verder dan het stellen van mondelinge vragen.)

Interpellatie is een zwaarwegend instrument. Het gaat vaak over een politiek gevoelig onderwerp.

Motie (of motie vreemd aan de orde van de dag)

Een motie is een korte verklaring over een onderwerp, waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken. Het raadslid dat de motie indient, kan het college of de raad daarbij vragen om iets te doen of juist niet te doen.

Ieder raadslid kan een motie indienen. Moties gaan meestel over een onderwerp op de agenda van de raad. Daarom worden ze bij dat onderwerp besproken. Tijdens de vergadering kan een motie veranderen of ingetrokken worden. Als de meerderheid van de raad vóór de motie stemt, is deze 'aanvaard'.

Het college moet de motie dan eigenlijk binnen een afgesproken tijd uitvoeren. Is dat niet mogelijk, dan moet het college de raad hiervan op de hoogte brengen. Als het college de motie niet wil of kan uitvoeren, moet zij dat ook aan de raad zeggen. Voor alle duidelijkheid: een motie is dus een oproep om iets te doen of te laten, maar degene die wordt opgeroepen kan de motie dus ook negeren. Dat is niet gebruikelijk.

Motie vreemd aan de orde van de dag

Een 'Motie vreemd aan de orde van de dag' is een apart geval. Een dergelijke motie gaat over een onderwerp dat niet op de agenda van de gemeenteraad staat. Met de motie zet het raadslid het onderwerp dus feitelijk op de agenda. Vaak haakt het onderwerp in op de actualiteit. Voor de rest werkt een 'motie vreemd' hetzelfde als een gewone motie.

Schriftelijke vragen

Een raadslid kan over alles schriftelijke vragen stellen aan het college van Burgemeester en Wethouders. Ook over dingen die niet op de agenda van de gemeenteraad staan. Het college moet binnen 30 dagen antwoord geven, maar kan laten weten dat ze nog eens 30 dagen nodig hebben.

Schriftelijke vragen zijn een handig instrument. Zowel voor raadsleden als voor inwoners is het gemakkelijk om aan meer informatie te komen. Maar het college moet ambtenaren aan het werk zetten om zo goed mogelijk antwoord te geven op de vragen. Dat kan soms veel tijd kosten (en dus belastinggeld).

Technische vragen

Technische vragen zijn vragen die niet politiek zijn. Bijvoorbeeld over hoe de gemeente werkzaamheden uitvoert, hoe vaak iets gebeurt of hoeveel iets kost. Technische vragen horen niet thuis in de Politieke Markt. Want de raad gaat over de visie en het beleid en dus niet over de meer technische kant van de uitvoering. Daar gaat het college over.

Maar om de best mogelijke besluiten te kunnen nemen, moeten raadsleden wel alles kunnen weten. Daarom mogen ze wel technische vragen stellen. Meestal kunnen de raadsleden die vragen rechtstreeks stellen aan de ambtenaren die met het betreffende onderwerp bezig zijn. Als de vragen ingewikkeld zijn, mogen raadsleden ook ambtelijke bijstaand vragen van de ambtenaren. Dat betekent dat het raadslid met een ambtenaar kan bespreken hoe iets in elkaar zit.

Toezegging

Tijdens een gesprek tussen de raad en het college, kan een raadslid aan de portefeuillehouder van het college om een toezegging vragen. Als het college een toezegging doet, dan is daar ook een termijn aan verbonden. De raadsleden moeten zelf in de gaten houden of het collegelid die belofte ook nakomt.

De griffier houdt een openbare lijst met toezeggingen bij, die bij de stukken van de Politieke Markt te vinden is.

Een toezegging is een toezegging als hij toezegging wordt genoemd.

Wettelijke rechten van de raad

Hieronder drie algemene wettelijke rechten van de raad. Voor een deel kom de instrumenten daar uit voort.

Informatieplicht van het college

De raad heeft het recht om meer achtergrondinformatie over een onderwerp op te vragen bij het college. Het college moet inlichtingen verstrekken op verzoek van een raadslid (dat heet passieve informatieplicht). Maar handiger is het als het college de raad uit zichzelf alle inlichtingen verstrekt die de raad nodig heeft om zijn werk goed te doen (actieve informatieplicht). En feitelijk moet het college dat ook doen.

Budgetrecht

Het budgetrecht is een belangrijk instrument om politieke invloed uit te oefenen. Via raadsbesluiten geeft de raad het college van B&W toestemming om uitgaven te doen en inkomsten te verwerven.

De raad heeft invloed doordat hij kan bepalen dat een doel meer of minder geld krijgt. En dus bepaalt hij daarmee eigenlijk in welke mate een doel belangrijk is en behaald kan worden.

In de Gemeentewet staat dat de raad erop moet toezien dat de begroting in evenwicht is. Of dat dit de eerstvolgende jaren wordt gerealiseerd. In evenwicht betekent dat uitgaven en inkomsten even groot moeten zijn.

Het college moet de raad jaarlijks een ontwerpbegroting aanbieden; de Programmabegroting. De raad stelt deze begroting vast en kan deze tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar wijzigen.

Recht van onderzoek (raadsenquête)

Op voorstel van één of meer raadsleden kan de raad een onderzoek naar het uitgevoerde beleid van het college of de burgemeester instellen. Een meerderheid van de raad moet het willen. Een raadsonderzoek wordt meestal raadsenquête genoemd. In Almere is in 2003 over Omniworld een raadsenquête geweest.

Commissie

De raad stelt een onderzoekscommissie in met een voorzitter en een vicevoorzitter uit de raad. De commissie organiseert hoorzittingen waarbij zij getuigen en specialisten in principe in het openbaar verhoort. Zo nodig kan dat onder ede. Ook zullen zij betrokkenen en specialisten vragen om schriftelijk te reageren. Op basis van een eindverslag met de uitkomsten van het onderzoek beslist de raad wat de consequenties van het onderzoek zijn.

Alleen als het echt nodig is

Een raadsonderzoek is een 'zwaar' instrument: er gaat heel veel werk en vaak dus ook veel geld inzitten. Het kan grote gevolgen hebben voor de betrokken en de lokale politiek. Een onderzoek leidt niet altijd tot meer inzicht. Bijvoorbeeld omdat derden niet verplicht zijn om eraan mee te werken. De raadsenquête komt daarom niet vaak voor.

Pagina delen: